Het Pascha en het Ongezuurde Broden feest

 

 

Het eerste van de zeven jaarlijkse feesten van JHWH is een eendaags festival voor Israël, het Pascha.   Het wordt onmiddellijk gevolgd door het tweede, het feest der ongezuurde broden. Omdat het feest der ongezuurde broden begint op de eerstvolgende dag, worden deze twee feesten vaak gezien als een lang feest van acht dagen (en zelfs JHWH refereert naar hen in dit verband). Deze twee openingsfeesten spreken van de Verlossing van Israël uit de slavernij en gebondenheid, en laten we eerst eens hier het verhaal zelf bekijken omdat we later ook een aantal wijdverbreide algemene theologische misvattingen willen opruimen.

Avraham verwekte Yitzhak (Isaac), en Yitzhak verwekte Ya’akov (Jacob, later Israël genoemd). Uit de lendenen van Israël werd Yosef (Jozef) verwekt, die door zijn broers als slaaf verkocht werd naar Egypte. Nadat hij in de gevangenis gezeten had werd Josef de tweede in rangorde in Egypte onder Farao. Dit gebeurde om het woord van JHWH dat werd gegeven aan Avraham te vervullen.

B’reisheet (Genesis) 15:12-14
En het gebeurde, toen de zon bijna onderging, dat er een diepe slaap op Abram viel. En zie, een grote, schrikwekkende duisternis viel op hem. Toen zei Elohim tegen Abram: Weet wel dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land dat niet van hen is; zij zullen hen dienen en men zal hen vierhonderd jaar onderdrukken. Maar ook zal Ik over het volk dat zij zullen dienen, rechtspreken en daarna zullen zij met veel bezittingen wegtrekken.

Josef werd tweede in rangorde van heel Egypte, want het was duidelijk dat hij was vervuld met de Geest van Elohim, en omdat hij farao zo goed diende. Farao heeft Josef zelfs uitgenodigd zijn familie te brengen naar het land Gosen (de Nijldelta). Maar, na al deze eer stond een nieuwe Farao op, die Josef niet gekend had. Deze nieuwe Farao plaatste Israël in de slavernij, en heeft uiteindelijk geprobeerd om ze uit te roeien. Israël weende bittere tranen vanwege de wrede behandeling, en de pogingen tot genocide. En de roepschreeuw van Israël bereikte de oren van JHWH, en Hij begon zijn goddelijk plan uit te voeren om hen te bevrijden uit deze slavernij.

JHWH zond Moshe (Mozes) tot Farao om hem te zeggen dat hij Zijn volk moest laten gaan, maar Farao verharde zijn hart, en weigerde. JHWH bracht daarom een reeks plagen over Egypte, om de Farao van gedachten te laten veranderen. Op dit punt pakken we het verhaal op.

Tot het slot van Exodus hoofdstuk 10 zijn er negen van de tien plagen gekomen en gegaan. Dan, in vers 28, zegt Farao tegen Moshe dat hij zijn gezicht nooit meer zal zien. In het volgende vers (29) profeteert Moshe dat wat de farao heeft gezegd zal uitkomen : Farao zal nooit meer zijn gezicht te zien krijgen.

Shemot (Exodus) 10:27-29
Maar JHWH verhardde het hart van de farao, en hij wilde hen niet laten gaan. En de farao zei tegen Mozes: Ga bij mij weg! Wees op uw hoede, dat u mij niet nog eens onder ogen komt, want op de dag dat u mij onder ogen komt, zult u sterven! Mozes nu zei: U hebt juist gesproken. Ik zal u niet meer onder ogen komen.

Dan in Exodus 11, zegt JHWH tegen Moshe dat hij een tiende en laatste plaag zal brengen over Egypte. En dat deze plaag zo verschrikkelijk zal zijn dat de farao Israël uit Egypte zal verdrijven, alleen maar om van hen en de plagen af te zijn.

Shemot (Exodus) 11:1
JHWH had tegen Mozes gezegd: Nog één plaag zal Ik over de farao en Egypte brengen en daarna zal hij u vanhier laten gaan. Als hij u allemaal laat gaan, zal hij u vanhier haastig verdrijven.

Het woord ‘verdrijven’ is “garesh y’garesh”, (‫גָּרֵשׁ יְגָרֵשׁ ), dat is een verdubbeling van het woord “te verdrijven.”

OT: 1644 garash (gaw-rash’), een primitieve wortel, om uit te drijven van een bezitting, vooral om te verbannen of bij echtscheiding:

Dat JHWH zei dat Farao Israël zou ‘verdrijven’ uit Egypte geeft aan dat de Exodus geen langzame gebeurtenis zou zijn, maar dat het zeer snel zou plaatsvinden.

Daarna, in het volgende vers, dagen voor de eigenlijke Exodus zou plaatsvinden, zei JHWH tegen Moshe dat de kinderen van Israël moesten plunderen uit Egypte, door van de Egyptenaren voorwerpen van zilver en goud te vragen. De taal lijkt erop te wijzen dat de kinderen van Israël meteen gevraagd hebben om deze spullen want er staat geschreven: “En JHWH gaf het volk genade in de ogen van de Egyptenaren” op dat moment.

Shemot (Exodus) 11:2-3
Spreek toch ten aanhoren van het volk en zeg dat iedere man van zijn naaste en iedere vrouw van haar naaste zilveren en gouden voorwerpen moet vragen. En JHWH gaf het volk genade in de ogen van de Egyptenaren. Ook stond de man Mozes in het land Egypte hoog in aanzien in de ogen van de dienaren van de farao en in de ogen van het volk.

Daarna, nadat Israël de buit genomen had, beval JHWH elk gezin in Israël om een lam te nemen op de tiende van de maand, ter voorbereiding van de eerste Pascha.

Shemot (Exodus) 12:3-14
Spreek tot heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende dag van deze maand moet ieder voor zich een lam per familie nemen, een lam per gezin. Maar als het gezin te klein is voor een lam, dan moet hij er samen met de buurman, die het dichtst bij zijn gezin woont, één nemen, overeenkomstig het aantal personen. U moet bij het lam rekening houden met wat ieder eten kan. U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet het van de schapen of van de geiten nemen.

Dit vlekkeloze en perfecte lam, was natuurlijk een profetische voorafschaduwing (heenwijzing naar) van Yeshua. Vers 6 zegt ons dat de kinderen van Israël deze lammeren in huis moesten houden tot de veertiende dag van diezelfde maand, en ze het vervolgens moesten slachten “tegen het vallen van de avond”.

 

Exodus 12:06U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond.

 

Geleerden debatteren over de betekenis van de uitdrukking “tegen het vallen van de avond”. Sommigen geloven dat het betekent ‘bij zonsondergang’ is, maar dat werkt niet echt. Het duurt enkele uren om een lam te slachten en te ontleden, en er is niet genoeg tijd als men pas begint bij zonsondergang.

Veel geleerden geloven dat er twee avonden waren in de Hebreeuwse gedachte. Een ’s middags, en de andere in de schemering De tijd ‘tussen’ die twee avonden verwijst naar de middag als de zon begint te zakken, maar nog niet onder is gegaan. Dit komt overeen met Deuteronomium 16:6, waar ons vertelt wordt dat het Pascha moest worden geofferd op het moment “dat de zon terug naar de aarde komt”.

 

Deuteronomium 16:6Maar op de plaats die JHWH, uw Elohim, zal uitkiezen om Zijn Naam daar te laten wonen, daar moet u het paaslam slachten, in de avond, als de zon ondergaat (terugkomt naar aarde), op het tijdstip dat u uit Egypte trok.

 

De passage gaat verder met de instructies over hoe de eerste Pascha moest worden gegeten.

7 – 10 En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen. Zij moeten het vlees dezelfde nacht nog eten; op vuur gebraden, met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten. U mag daarvan niets rauw eten, en zeker niet in water gekookt, maar alleen op vuur gebraden, met zijn kop, met zijn poten en zijn ingewanden. U mag daarvan ook niets overlaten tot de morgen. Wat er de volgende morgen van over is, moet u met vuur verbranden.

Vervolgens geeft vers 11 aan dat we het Pascha met haast moeten eten, met onze lendenen omgord, sandalen (of schoenen) aan onze voeten, en onze staf in onze hand.

Shemot (Exodus) 12:11
En zo moet u het eten: uw middel omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand. U moet het met haast eten, het is Pascha voor JHWH.

Het woord ‘naaleichem’ kan sandalen betekenen, maar het kan ook schoenen betekenen. Een letterlijke vertaling zou zoiets kunnen zijn als: “iets waarop je gaat (dat wil zeggen, loopt)”.

De zinsnede ‘met haast’ is ‫ (‘chippazown’), wat betekent, ‘in haastige vlucht.’   Van Strong’s OT: 2649:

OT: 2649 chippazown (khip-paw-zone’), van OT: 2648; overhaaste vlucht:

Als we de verwijzing opzoeken naar Strong’s OT: 2648, krijgen we:

OT: 2648 chaphaz (Khaw-faz ‘); een primitieve wortel; goed, om plotseling te starten, dat wil zeggen (letterlijk) haastig weggaan, te vrezen:

Met andere woorden, het Pascha diende haastig gegeten worden, alsof we zijn klaar staan om te vluchten. Dit is hoe onze voorouders het Pascha in Egypte aten, omdat hen was gezegd dat ze “verdreven zouden” worden nadat JHWH alle eerstgeborenen had geslagen.

Shemot (Exodus) 12:12-13
Want Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het vee. En Ik zal aan al de goden van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, JHWH. En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen.

Het bloed op de deurposten was een teken dat de personen in het huis trouw waren aan JHWH, en dat zij het waren die Zijn geboden houden. Omdat ze trouw waren in het houden van Zijn geboden, zou JHWH hen sparen van de vernietiging die zou komen. Dit was de profetische heenwijzing naar hoe Yeshua haMasjiach met bloed “de deurposten van ons hart zou markeren”, zodat ook wij gered zouden worden.

Terwijl Pascha en het feest der ongezuurde broden technisch twee aparte feesten zijn, verwijst JHWH naar hen alsof ze een en hetzelfde zijn. Bijvoorbeeld vers 14 vertelt ons dat “deze dag” (dat wil zeggen, het Pascha) een herdenking is, en een feest met een eeuwigdurende inzetting.

Shemot (Exodus) 12:14
Deze dag moet voor u een gedenk dag worden. U moet hem vieren als een feest voor de HEERE. U moet hem vieren als een eeuwige verordening, al uw generaties door.

Echter, nog steeds verwijzend naar het Pascha, zegt JHWH ons ook dat we ongezuurde broden moeten eten gedurende zeven dagen, en dat wie iets eet wat gezuurd is, of wie de zuurdesem niet uit zijn huis heeft verwijderd moet worden afgesneden van Israël.

Shemot (Exodus) 12:15
Zeven dagen moet u ongezuurde broden eten. Meteen op de eerste dag moet u het zuurdeeg uit uw huizen wegdoen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, die persoon moet uit Israël worden uitgeroeid.

De reden dat YHWH Pascha en het feest der ongezuurde beschouwt als samen een feest zijnde is dat de eerste dag van de ongezuurde binnentreedt terwijl het Pascha langzaam verdwijnt. Vervolgens vertellen de verzen 16 tot en met 18 (onder) ons dat we de eerste en de laatste dag van de ongezuurde broden moeten samenvoegen, en geen arbeid mogen uitvoeren op die dagen, behalve voor het koken van ons voedsel.

Shemot (Exodus) 12:16-18
Op de eerste dag moet er een heilige samenkomst zijn, en ook moet u een heilige samenkomst hebben op de zevende dag. Geen enkel werk mag op die dag gedaan worden. Alleen dat wat door iedere persoon gegeten wordt, mag door u klaargemaakt worden. Neem dan het feest van de ongezuurde broden in acht, want op deze zelfde dag zal Ik uw legers uit het land Egypte geleid hebben. Daarom moet u deze dag in acht nemen als een eeuwige verordening, al uw generaties door. In de eerste maand moet u ongezuurde broden eten vanaf de avond van de veertiende dag van de maand tot de avond van de eenentwintigste dag van de maand.

We krijgen de opdracht om ongezuurd brood te eten van de avond die de 14e dag beëindigd tot de avond waarop de 21e dag eindigt (het begin van de 22e dag). We mogen geen zuurdesem in onze huizen hebben op alle dagen in die periode. Merk op dat de enige manier waarop dit gebod werkt is mits wij het Pascha houden op de conjunctie van de 14e naar de 15e dag.

 

14 15 16 17 18 19 20 21 22

.            P             1            2             3            4              5            6            7

 

Shemot (Exodus) 12:19-20
Zeven dagen lang mag in uw huizen geen zuurdeeg gevonden worden, want ieder die iets gezuurds zal eten, die persoon moet uit de gemeenschap van Israël uitgeroeid worden, of hij nu een vreemdeling is of een ingezetene van het land. U mag niets eten wat gezuurd is. In al uw woongebieden moet u ongezuurde broden eten.

Laten we nu dan wat verderop in het verhaal gaan, en we komen later nog weer terug bij de verzen 24-25. De verzen 29-35 laten zien dat de kinderen van Israël geen tijd hadden om een extra dag vrij te nemen om Egypte te plunderen omdat zij uit Egypte verdreven werden met grote haast.

Shemot (Exodus) 12:33-34
De Egyptenaren drongen sterk aan bij het volk, om het snel uit het land te laten gaan, want zij zeiden: Wij gaan anders allemaal sterven! Toen pakte het volk zijn deeg op nog vóór het gezuurd was. Hun baktroggen waren in hun kleren op hun schouders gebonden.

Soms worden de verzen 35 en 36 gebruikt om te verklaren dat de uittocht eigenlijk een langzame gebeurtenis was (of dat het Pascha plaatsvond op de conjunctie van de 13e / 14e van de Aviv), omdat de plundering in het verhaal wordt genoemd aan de ochtend na het Pascha. Maar, laten we opmerken dat het verhaal de plundering van Egypte in de verleden tijd (“had gevraagd”) noemt, waaruit blijkt dat de kinderen van Israël de Egyptenaren al geplunderd had voor de morgen dat ze werden verdreven.

Shemot (Exodus) 12:35-36
De Israëlieten hadden gedaan overeenkomstig het woord van Mozes en hadden van de Egyptenaren zilveren voorwerpen, gouden voorwerpen en kleren gevraagd. Bovendien had JHWH het volk genade gegeven in de ogen van de Egyptenaren, zodat zij hun het gevraagde gaven. Zo beroofden zij de Egyptenaren.

Vers 39 bevestigt ook dat de Exodus een haastig gebeurtenis was, dat de kinderen van Israël niet had kunnen vertragen.   Ze waren zo gehaast dat ze niet eens de tijd hadden om voedsel te bereiden voor zichzelf.

Shemot (Exodus) 12:39
Zij bakten ongezuurde koeken van het deeg dat zij uit Egypte meegebracht hadden, want het was niet gezuurd, omdat zij uit Egypte waren verdreven en niet hadden kunnen wachten, en ook geen proviand voor zich hadden klaargemaakt.

Vervolgens geeft Exodus 12:51 nog een ander bewijs dat de kinderen van Israël geen extra dag tijd hadden om Egypte te plunderen, want JHWH zegt dat Hij de kinderen van Israël uit Egypte bracht “op dezelfde dag” (zoals het Pascha / Eerste Dag van de Ongezuurde).

Shemot (Exodus) 12:51
En het gebeurde op deze zelfde dag dat de HEERE de Israëlieten uit het land Egypte leidde, ingedeeld naar hun legereenheden.

Laten we nu even terugkoppelen in het verhaal en kijken naar de verzen 24 en 25, omdat ze ons iets interessants laten zien.

Shemot (Exodus) 12:24,25
Houd dit als verordening voor u en uw kinderen, tot in eeuwigheid. En het zal gebeuren, als u in het land komt dat JHWH u geven zal, zoals Hij gesproken heeft, dan moet u deze dienst in acht nemen.

Vers 24 vertelt ons dat het Pascha voor altijd een verordening voor ons en onze kinderen is, maar vers 25 vertelt ons dat we een Pascha zullen uitvoeren wanneer in het beloofde land zijn. Terwijl dit vers op verschillende manieren begrepen kan worden, zegt het in principe dat we het nodig hebben om een Pascha offer te brengen als we leven in het Land Israël, niet in de woestijn.

Echter, de kinderen van Israël hielden het Pascha ook terwijl ze nog in de woestijn waren. In het tweede jaar na de Exodus gebood JHWH de kinderen van Israël pas weer om het Pascha te houden op dezelfde manier als zij hadden gedaan bij de Exodus, zelfs met inbegrip van dezelfde regels en voorschriften.

Bemidbar (Numeri) 9:1-3
JHWH sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï, in het tweede jaar nadat zij uit het land Egypte vertrokken waren, in de eerste maand: Laten de Israëlieten het Pascha houden op zijn vastgestelde tijd. Op de veertiende dag in deze maand, tegen het vallen van de avond, moet u het houden, op zijn vastgestelde tijd; u moet het houden volgens alle bijbehorende verordeningen en bepalingen.

Let op, naast alle eerdere Pascha verordeningen, gaf JHWH ons wat extra verordeningen in de verzen 6-14.   Deze hebben betrekking op mensen die onrein zijn als gevolg van een dood lichaam, en zij die weg zijn op een lange reis (die niet kunnen vieren het Pascha in zijn tijd).

Bemidbar (Numeri) 9:6-14
Nu waren er mensen die vanwege het aanraken van het dode lichaam van een mens onrein waren, en op die dag het Pascha niet konden houden. Daarom kwamen zij die dag naar voren, vóór Mozes en vóór Aäron. En die mensen zeiden tegen hem: Wij zijn onrein vanwege het aanraken van het dode lichaam van een mens. Waarom zouden wij afgehouden worden om de offergave van JHWH op zijn vastgestelde tijd in het midden van de Israëlieten aan te bieden? Mozes zei tegen hen: Blijf staan, dan zal ik horen wat JHWH u gebiedt. Toen sprak JHWH tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg: Iedereen onder u of onder de generaties na u, wanneer hij onrein is vanwege het aanraken van een dood lichaam of ver onderweg is, moet toch voor JHWH het Pascha houden. In de tweede maand, op de veertiende dag, tegen het vallen van de avond, moeten zij het houden; met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten. Zij mogen er niets van over laten blijven tot de volgende morgen en mogen er geen been van breken; volgens alle verordeningen voor het Pascha moeten zij het houden. Maar de man die rein is en niet onderweg is, en die nalaat om het Pascha te houden, die persoon moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. Hij heeft immers de offergave van JHWH niet op zijn vastgestelde tijd aangeboden; die persoon moet zijn zonde dragen. En wanneer er een vreemdeling bij u verblijft, moet ook hij het Pascha voor JHWH houden. Volgens de verordening van het Pascha en de bepaling ervan, zo moet hij het houden. Voor u geldt één verordening, zowel voor de vreemdeling als voor de ingezetene van het land.

Merk op dat JHWH aanvullende regels toevoegt voor degenen die onrein waren door het aanraken van een dode, en voor degenen die weg waren op een verre reis. Maar waarom zou JHWH meer regels voor de tweede Pesach hebben, dan voor de eerste?

Zoals elders uiteengezet vertelt de Thora ons dat, of om deel te nemen aan de Shabbat, en/of om deel te nemen aan de feesten van JHWH, we speciale regels moeten volgen voor rituele reinheid (en deze regels zijn voor het ene feest anders dan voor het andere.) Het kan zijn dat JHWH besloten had om geen van deze aanvullende regels aan Israël te geven voordat ze veilig uit Egypte waren, omdat Hij niet wilde dat iemand in de war zou raken. Misschien wilde hij dat heel Israël het bloed op hun deurposten zou aanbrengen zonder uitzonderingen; en alleen daarom Hij alleen deze regels pas na de Exodus gegeven als een soort van “nieuw niveau van leren”. Als dat zo is, dan toont Hij zijn liefde voor ons, doordat Hij ervoor wilde zorgen dat heel Israël in staat zou zijn om deel te nemen aan de Exodus .

De volgende keer dat de Schrift vastlegt dat de kinderen van Israël het Pascha houden is bij Jozua 5:10, vlak na hun aankomst in het Beloofde Land.

Yehoshua (Jozua) 5:10
Terwijl de Israëlieten in Gilgal hun kamp hadden opgeslagen, hielden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, in de avond, op de vlakten van Jericho.

Onze voorouders hebben de lammeren niet meer in huis geslacht zoals dat in Egypte gebeurde.   In plaats daarvan brachten zij de lammeren naar de tabernakel, en hebben ze aldaar geslacht. Dit komt omdat JHWH ons een aantal speciale instructies geeft over hoe wij de feesten moeten houden wanneer we in het Land Israël wonen.

Devarim (Deuteronomium) 12:1
Dit zijn de verordeningen en de bepalingen die u nauwlettend in acht moet nemen, in het land dat JHWH, de Elohim van uw vaderen, u gegeven heeft om het in bezit te hebben, al de dagen dat u op de aardbodem leeft.

Toen Israël in het beloofde land aangekomen was hielden ze nog steeds het Pascha in de maand Aviv. Ze kregen hier alleen de opdracht, in plaats van het Pascha in hun huizen te houden, een bedevaart te maken naar de plaats die JHWH hiervoor zou kiezen, om Zijn naam vast te stellen.

Devarim (Deuteronomium) 16:1-2
Neem de maand Abib in acht en houd het Pascha voor JHWH, uw Elohim, want in de maand Abib heeft JHWH, uw Elohim, u in de nacht uit Egypte geleid. Dan moet u voor JHWH, uw Elohim, het paaslam slachten, kleinvee en runderen, op de plaats die JHWH zal uitkiezen om Zijn Naam daar te laten wonen.

Toen de tabernakel er stond was dat de plaats die JHWH gekozen had voor het vestigen van Zijn naam natuurlijk de Tabernakel.   Later werd die plaats de tempel in Jeruzalem.

Melachim Aleph (1 Koningen) 14:21
Rehabeam nu, de zoon van Salomo, was koning over Juda. Rehabeam was eenenveertig jaar oud toen hij koning werd. Hij regeerde zeventien jaar in Jeruzalem, de stad die JHWH uit alle stammen van Israël had verkozen om Zijn Naam daar te vestigen.

Maar terwijl er zeker een zegen op rust om op te gaan naar Jeruzalem voor de feesten, hebben alleen de Israëlische mannen die wonen in het land Israël de verplichting om op te gaan naar Jeruzalem voor de feesten. We kunnen bevestiging hiervan zien in bijvoorbeeld de apostel Shaul. Was het van vitaal belang geweest om drie keer per jaar naar Jeruzalem te gaan, ongeacht waar men woonde, dan zou de apostel Shaul zeker zijn gegaan, en toch is Shaul niet opgaan naar de tempel tijdens de veertien jaar was hij buiten het Land.

Galatim (Galaten) 2:1
En na een periode van veertien jaar ging ik weer naar Jeruzalem met Barnabas, waarbij Titus ook meeging.

Totdat JHWH ons terugbrengt naar zijn land kunnen we het Pascha houden, hetzij in onze huizen, of samen met onze plaatselijke buren of gemeente. Maar als we eenmaal samen teruggebracht zijn in het land, zullen we opnieuw op de Pascha naar de nieuwe tempel in Jeruzalem opgaan, in overeenstemming met Deuteronomium.

Devarim (Deuteronomium) 16:5-6
U mag het paaslam niet slachten binnen een van uw poorten die de HEERE, uw God, u geeft. Maar op de plaats die de HEERE, uw God, zal uitkiezen om Zijn Naam daar te laten wonen, daar moet u het paaslam slachten, in de avond, als de zon ondergaat, op het tijdstip dat u uit Egypte trok.

Ezechiël 40-46 spreekt ook over deze tijd tot wanneer alle twaalf stammen van Israël worden teruggebracht naar het Land van Israël, en de tempel wordt herbouwd. Ezechiël 45:21-23 vertelt ons dat het Pascha opnieuw zal worden aangeboden in de tempel.

Yehezqel (Ezechiël) 45:21-23
In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, zal voor u het Pascha zijn, een feest van zeven dagen: men moet dan ongezuurde broden eten. Dan moet de vorst op die dag voor zichzelf en voor de hele bevolking van het land voor een jonge stier als zondoffer zorgen. En op de zeven dagen van het feest moet hij elke dag gedurende de zeven dagen voor een brandoffer voor JHWH zorgen, van zeven jonge stieren en zeven rammen, zonder enig gebrek, en elke dag een zondoffer van een geitenbok.

We gaan hier in een andere studie meer op in maar een van de redenen waarom de vorst in deze passage, in tegenstelling tot wat vaak gesuggereerd wordt, niet Yeshua is, is dat de vorst van deze passage (hierboven) niet alleen voor het volk maar ook voor zichzelf, een zondoffer aanbiedt. Maar als Yeshua het zondeloze, smetteloze Pesach Lam is, waarom zou hij dan een zonde offer voor Zichzelf aan moeten bieden? Dit is in strijd met het idee dat de vorst hier Yeshua is.

Terwijl we idealiter allemaal in de Land Israël zouden willen wonen en drie keer per jaar (op het Pascha, Pinksteren, en het feest van Soekot / Loofhuttenfeest) de bedevaarten naar Jeruzalem zouden willen maken wonen we op het moment van dit schrijven nog steeds in de diaspora en ligt de Tempel nog in puin. Hoe zouden we dan het Pascha moeten aanbieden? Moeten we het aanbieden in onze huizen, zoals in Egypte, omdat de diaspora een “beeld” is van Egypte? De voorstanders van deze theorie herinneren ons eraan dat de Pascha dienst werd gegeven als een verordening voor altijd, daarom is dat de reden waarom we de dienst zoals die werd gegeven in Egypte moeten volgen wanneer wij niet in Israël wonen.

Shemot (Exodus) 12:24
24 En gij zult acht deze zaak als een inzetting voor u en uw kinderen voor altijd.

Een ander deel van de geleerden is echter van mening dat: aangezien JHWH gekozen heeft voor Jeruzalem, maar omdat er geen Tempel staat op dit moment, kunnen we het lam niet offeren totdat de tempel is herbouwd.

Een van de eisen van het Pascha is om onze kinderen te onderwijzen over de bittere slavernij in Egypte, en hoe JHWH het volk wonderbaarlijk hieruit heeft verlost.

Shemot (Exodus) 12:25-27
En het zal gebeuren, als u in het land komt dat JHWH u geven zal, zoals Hij gesproken heeft, dan moet u deze dienst in acht nemen. En het zal gebeuren, als uw kinderen tegen u zullen zeggen: Wat betekent deze dienst voor u? dat u moet zeggen: Dit is een Pascha-offer voor JHWH, Die in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren trof en onze huizen bevrijdde. Toen knielde het volk en boog zich neer.

Maar als een van de doelstellingen van het Pascha het aanleren van onze kinderen over de eerste Pascha is, hoe kunnen we dat dan doen als we geen lam in de tempel kunnen aanbieden? Rabbijnse Joden leren hun kinderen over het Pascha door middel van een traditionele maaltijd die ze Seder noemen, een Pascha ‘Seder’ dienst.   De Joden begonnen met het eten van een Seder maaltijd tijdens de ballingschap in Babel, en hoewel het Sederbord bij de orthodoxe joden geen lam bevat, blijft de Seder dienst grotendeels hetzelfde zoals die was in de eerste eeuw.   Als we verder lezen over de instelling van het Laatste Avondmaal met het idee dat Yeshua een soort Seder leidt, zien we een aantal opvallende overeenkomsten.

In het Midden-Oosten stonden slaven van oudsher te wachten op hun meesters als zij aten. Maar de rabbijnen onderwijzen dat aangezien de kinderen van Israël nu vrij waren, zij niet meer de plicht hadden om te staan en hun Egyptische meesters te dienen. Daarom is het een rabbijnse traditie geworden om zoveel mogelijk tegen de tafel te leunen of erbij aan te liggen aan de Paschatafel, om hun vrijheid te vieren.

Mattai (Mattheus) 26:20
Toen het avond geworden was, lag Hij aan met de twaalf.

In de Pascha Seder dienst dipt men ook het voedsel in een kom (of schotel).

Mattai (Mattheus) 26:23
Hij antwoordde en zei: Wie de hand met Mij in de schotel indoopt, die zal Mij verraden.

Men zegent JHWH, breekt brood, gebruikt vier bekers wijn (elk op bepaalde tijd), en men dank.

Mattai (Mattheus) 26:26-28
En terwijl zij aten, nam Yeshua het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam. Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

De Pascha Seder dienst sluit meestal met het zingen van een of meer psalmen (of hymnen) in de lof.

Mattai (Mattheus) 26:30
En als zij een lofzang gezongen, gingen zij uit naar de Olijfberg.

De Aramese Peshitta vertaling vertelt ons dat Yeshua en Zijn discipelen lof (dat wil zeggen, Psalmen) zongen.

Mattai 26:30 (Mattheus, Murdock Peshitta)
En zij zongen lof, en gingen uit naar de Olijfberg.

Maar zelfs als het Laatste Avondmaal werd gehouden als een Seder-dienst, is het belangrijk om te onthouden dat het Laatste Avondmaal moest worden gehouden de avond voor het Paasfeest zelf (dat wil zeggen, op de avond van de 13e naar de 14e), omdat Yeshua werd aangeboden als het Pascha Lam, dat Thora verlangt op de middag van de 14e van de Aviv.

Qorintim Aleph (1 Corinthiërs) 5:7
want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus.

Zowel de Aramese als Griekse teksten schijnen het idee te onderschrijven dat het Laatste Avondmaal heeft plaatsgevonden op de avond voor de Pesach, omdat de gebruikte woorden erop lijken te wijzen dat het brood tijdens het Laatste Avondmaal gezuurd was (en zuurdesembrood kon niet gegeten worden tijdens de Pesach week).

Bijvoorbeeld, in de Peshitta is het woord brood in het Aramees: “zuurdesembrood” לחם,  ‫en is de tegenhanger van het Hebreeuwse woord “lechem” amxl

Mattai (Mattheus) 26:26
En terwijl zij aten, nam Yeshua het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam.

Het Griekse lijkt ook het idee van een verhoogd (of een gezuurd) brood te ondersteunen omdat het woord “Artos” ( a;rton ) is Strong’s NT: 740, wat betekent een verhoogde (of gezuurd) brood.

NT: 740 Artos (ar’-TOS), van NT: 142, brood (als verhoogd) of een brood.

Sommigen suggereren dat het Laatste Avondmaal een traditionele Shabbat maaltijd was, omdat traditionele joden vaak een brood van zuurdesem brood, genaamd ‘challah’, breken aan het begin van de Shabbat. Maar het Laatste Avondmaal kan geen Shabbat maaltijd zijn geweest omdat Yeshua drie volle dagen en drie volle nachten in het graf heeft gelegen.

Mattai (Mattheus) 12:40
Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn.

Yeshua is opgestaan op de Shabbat of tussen de twee avonden aan het eind van die Shabbat.

Mattai (Mattheus) 28:1
Laat na de Shabbat, toen het licht begon te worden op de eerste dag van de week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria om naar het graf te kijken.

De reden dat het Laatste Avondmaal niet werd gehouden op een Shabbat is dus dat Yeshua is opgestaan op de Shabbat en Hij drie volle dagen en drie volle nachten in het graf heeft gelegen, dan kan het Pascha alleen hebben plaatsgevonden op de vierde dag van de week, wat weer overeenkomt met Daniël 9:27.

Daniël 9:27
Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden.

Een ander populaire uitleg is dat het Laatste Avondmaal de Pascha maaltijd zelf was (de avond van de 14e naar de 15e).   Het grote probleem met dit argument is dat Yeshua dan niet op het Pascha (de 14e van de Aviv ) zou zijn geofferd, maar op de middag van de eerste dag van de ongezuurde broden (de 15e van de Aviv). Dan zou Yeshua niet ons Pascha Lam zijn, maar onze Matse van de eerste dag der ongezuurde broden. Toch is dit argument populair omdat het ondersteund lijkt te worden door de Engels vertalingen van de synoptische teksten.   Bijvoorbeeld:

Mattithyahu (Mattheus) 26:17 KJV
Now on the first day of the Feast of the Unleavened Bread the disciples came to [Yeshua], saying to Him, “Where do You want us to prepare for You to eat the Passover?”

Echter, het woord dat wordt vertaald als ‘first’ is het Griekse woord ‘protos’ ( πρώτῃ ).
Het woord “protos ( πρώτῃ ) kan eerste betekenen, maar kan ook betekenen, ‘voorgaand aan’, ‘voor’ of ‘vooraf’.

NT: 4253

pro (pro), een primaire voorzetsel, “voorstuk”, dat wil zeggen voor, voorafgaande (figuurlijk, superieur) naar:
KJV – boven, geleden, voor, of ooit. In vergelijking gelijk gebleven betekenissen.

Wat Mattheus letterlijk zegt is dat het Laatste Avondmaal werd gehouden “vóór” het feest der ongezuurde broden.

Mattithyahu (Mattheus) 26:17
Voor de eerste dag van de ongezuurde broden kwamen de discipelen naar Jezus toe en zeiden tegen Hem: Waar wilt U dat wij voorbereidingen voor U treffen om het Pascha te eten?

Markus maakt gebruik van hetzelfde woord ‘protos’ ( πρώτῃ ), dat ook hier moet worden vertaald met “voor” en niet met “eerste”. En ook Johannes gebruikt het woord “voor”.

Terwijl Mattheus maakt gebruik van het woord ‘protos’ ( πρώτῃ ), John maakt gebruik van een gerelateerde term ‘pro’ ( Πρὸ ), die correct wordt weergegeven als betekenis ‘voor.’

Lukas maakt gebruik van verschillende bewoordingen:

Luqa (Lukas) 22:7-8
De dag van de ongezuurde broden brak aan, waarop men het Pascha moest slachten. En Hij stuurde Petrus en Johannes eropuit en zei: Ga heen, maak voor ons het Pascha gereed, zodat wij het kunnen eten.”

Er zijn verschillende zaken die hier een rol spelen.

Ten eerste, in Exodus 29:23, zagen we dat JHWH soms de termen voor gezuurd en ongezuurd brood door elkaar gebruikt, waarbij het aan de lezer is om, op basis van context, te achterhalen wat de betekenis is. We zagen ook in Exodus 12:15-18, dat JHWH verwijst naar het Pascha en het feest der ongezuurde als een groot lang feest (aangezien het feest der ongezuurde begint als het Pascha eindigt). Let op: Aangezien JHWH door elkaar naar Pascha en de Feest van de ongezuurde broden verwijst, deden Yeshua en Zijn discipelen waarschijnlijk hetzelfde.

Verder dachten de oude Hebreeërs niet met hetzelfde soort van ‘split-second precisie’ denken als men in de moderne westerse culturen doet. In een moderne westerse cultuur is het zo dat je als je zegt: “Toen kwam de dag van de ongezuurde broden”, men dit uitlegt dat het de dag der ongezuurde broden zelf is. In de oude Hebreeuwse cultuur betekent dit echter (ook): “de Dag van het Pascha komt naderbij”.

Wat Jochanan de ‘voorbereiding dag van het Pascha’ noemt is echt de dag van slachten van het Pascha (dat wil zeggen, de middag van de 14e), zodat dit wordt gezien als een dag van voorbereiding op de Pesach maaltijd, die wordt gegeten op de avond begint de 14e / 15e. Als we begrijpen hoe Yochanan zijn termen gebruikt verdwijnt het schijnbare conflict vanzelf, en dan zien we dat Yeshua ter dood werd gebracht op de middag van de 14e, waarmee het feest van het Pascha perfect wordt vervult. Dit maakt het ook zinvol als men bedenkt dat het priesterschap was betrokken bij het proces van Yeshua op zowel de 13e als het begin van de 14e, terwijl het veel te druk bezig zou zijn geweest met Tempelzaken op elk moment daarna.

Hoewel de Talmoed niet de Schrift is, getuigt de Talmoed ook van het feit dat Yeshua ter dood werd gebracht op de middag van de 14e, Yeshua wordt hier ‘Yeshu’ (dit is een rabbijnse smet op zijn naam) genoemd, en Hij wordt beschuldigd van het gebruik van tovenarij als de bron van Zijn wonderen. Maar als de beschrijvingen hier juist zijn (die op zichzelf een andere vraag is), weerlegt het de zogenaamde ‘Second Hagigah’ hypothese, en bewijst het dat onze tijdlijn juist is.

AND A HERALD PRECEDES HIM etc. This implies, only immediately before [the execution], but not previous thereto.
33 [In contradiction to this] it was taught: On the eve of the Passover Yeshu [sic]
34 was hanged. For forty days before the execution took place, a herald went forth and cried, ‘He is going forth to be stoned because he has practised sorcery and enticed Israel to apostacy. Any one who can say anything in his favour, let him come forward and plead on his behalf.’ But since nothing was brought forward in his favour he was hanged on the eve of the Passover (i.e., the 14th)!
35 ‘Ulla retorted: Do you suppose that he was one for whom a defence could be made? Was he not a Mesith [enticer], concerning whom Scripture says, Neither shalt thou spare, neither shalt thou conceal him?
36 With Yeshu however it was different, for he was connected with the government [or royalty, i.e., influential].
[Babylonian Talmud Tractate 43a]

 

EN EEN HERAUT GAAT AAN HEM VOORAFGAAT etc. Dit houdt in, alleen vlak voor [de executie], maar niet eerder.
33 [In tegenstelling hiertoe] werd geleerd: Aan de vooravond van het Pascha Yeshu [sic]
34 werd opgehangen. Veertig dagen voor de executie plaatsvond ging een heraut uit en riep: ‘Hij gaat voort om te worden gestenigd, omdat hij toverij heeft beoefend en Israël verleidt tot afvalligheid. Iedereen die iets kan zeggen in zijn voordeel, laat hem naar voren komen en ten gunste van hem pleiten. ‘ Maar omdat er niets naar voren werd gebracht in zijn voordeel werd hij opgehangen op de vooravond van het Pascha (dat wil zeggen, de 14e )!
35 ‘Ulla antwoordde: Denkt u dat hij iemand was voor wie een verdediging kon worden gemaakt? Was hij niet een Mesith [verleider], over wie de Schrift zegt, gij zult hem niet sparen, noch zult gij hem verbergen?
36 Maar met Yeshu was anders, want hij was verbonden met de overheid [of royalty’s, dat wil zeggen, hij was invloedrijk].
[Babylonische Talmoed Tractate 43a]

Hoewel deze opmerkingen in de Talmoed godslasterlijk zijn geeft het feit dat Yeshua wordt opgenomen in de Talmoed ons nog een getuige voor het bestaan van Yeshua, want had Yeshua nooit bestaan dan zou de Talmoed niet de moeite nemen om van Hem te spreken.

Een vraag die vaak wordt gesteld is of Yeshua een nieuwe dag van aanbidding heeft ingesteld bij het Laatste Avondmaal omdat Hij Zijn discipelen vertelt dat wanneer ze eten van het brood en drinken van de wijn, ze dat moeten doen ter herinnering aan Hem.

Qorintim Aleph (1 Corinthiërs) 11:23-26
Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat Yeshua in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.

Ook dat deze passage vertelt ons dat de Heere het Avondmaal heeft gehouden met ‘Artos’ ( a;rton ), met ‘gezuurd brood’.

Wat bedoelde Yeshua dus toen Hij Zijn discipelen vertelde dat ze aan Hem moesten denken wanneer ze het brood braken en de wijn dronken? Het was waarschijnlijk zo dat Yeshua Zijn discipelen vertelde aan Hem te denken wanneer ze het brood en de wijn gebruikten in hun wekelijkse Shabbat maaltijden, omdat religieuze Joden gewoonlijk gezuurd brood en wijn delen als ze bij elkaar zijn (waren) voor gemeenschap aan het begin van de Shabbat.

Men kan niet stellen dat Yeshua een nieuw feest instelde want deze argumenten zijn niet mogelijk. Yeshua hield perfect de Thora en de Thora verbiedt ons om toe te voegen aan de feesten gegeven in de Thora.

Devarim (Deuteronomium) 12:32
Dit alles wat ik u gebied, moet u nauwlettend in acht nemen. U mag er niets aan toevoegen en er ook niets van afdoen.

Echter rijst dan de vraag: “Als de Heere Zijn avondmaal iets is dat we doen als we samenkomen op Erev Shabbat, hoe houden we dan het Pascha?” In plaats van te ontspannen en aan te liggend bij een Pesach Seder dienst, vertelt de Thora ons om snel de Pascha maaltijd te eten, met onze lendenen omgord, met bittere kruiden, met sandalen (of schoenen) aan onze voeten en de stokken in onze handen.

Shemot (Exodus) 12:11
En zo moet u het eten: uw middel omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand. U moet het met haast eten, het is Pascha voor JHWH.

De Thora vertelt ons ook om onze kinderen te leren hoe JHWH op wonderbaarlijke wijze ons verlost uit de slavernij.

Shemot (Exodus) 12:26-27
En het zal gebeuren, als uw kinderen tegen u zullen zeggen: Wat betekent deze dienst voor u? dat u moet zeggen: Dit is een Pascha-offer voor JHWH, Die in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren trof en onze huizen bevrijdde. Toen knielde het volk en boog zich neer.

Ten slotte is het de Thora die ons vertelt dat alleen degenen die besneden zijn, en alleen degenen die een deel van het volk van Israël zijn, deel mogen hebben aan het Pascha. Een onbesnedene kan het niet eten.

Shemot (Exodus) 12:43-49
En JHWH zei tegen Mozes en Aäron: Dit is de verordening voor het Pascha: geen enkele vreemdeling mag ervan eten. Maar elke slaaf die u van iemand met geld gekocht hebt, mag ervan eten, zodra u hem besneden hebt. Geen vreemdeling en dagloner mag ervan eten. In één huis moet het gegeten worden. U mag van het vlees niets uit het huis naar buiten brengen, en u mag er geen been van breken. Heel de gemeenschap van Israël moet dit doen. Als er nu een vreemdeling bij u verblijft en als die voor JHWH het Pascha wil houden, laat dan al wie mannelijk is bij hem, besneden worden. Dan mag hij naar voren komen om het Pascha te houden, en zal hij zijn als een ingezetene van het land. Niemand echter die onbesneden is, mag ervan eten. Eén wet is er voor de ingezetene en voor de vreemdeling die te midden van u verblijft.

Maar gelukkig leert het Woord van JHWH ons bij monde van Shaul ook dat ook zij, die Yeshua erkennen als hun Mashiach, besneden zijn en dus deel mogen hebben aan deze maaltijd, die ook onze verlossing gedenkt.

Colosians (Colossenzen) 2:11
In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus.

Terwijl sommige de voorkeur eraan geven de Pascha Seder te zien als een goed middel om hun kinderen te onderwijzen over het Pascha, lijkt het verstandiger om je kinderen te leren de Thora te houden zoals het is geschreven. Lees dan het verhaal van de Exodus en de woorden van het Laatste Avondmaal en het offer van Yeshua die stierf voor onze zonden in het Tweede Testament. Dit zijn dingen die JHWH eren, omdat we Zijn geboden volgen, in plaats van de tradities en leringen van mensen.

Jochanan (Johannes) 14:15
Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.