Spreken in tongen en profetie

We prijzen, loven en danken de Eeuwige dat Hij ons door Zijn Ruach haKodesh alles gegeven heeft aan gaven om Hem te leren horen, te leren verstaan en zo ook te leren kennen. Het is onuitsprekelijk groots en geweldig dat Hij in Zijn Liefde er alles voor over had om ons naar zich toe te trekken, ons te redden en vrij te kopen zodat we kinderen van Hem konden worden door Yeshua te geloven en te volgen. Door dit offer en het gebruiken van Zijn gaven, die aan ieder van ons gegeven zijn tot opbouw van ieder afzonderlijk en de gemeente als gehele Lichaam, vormen we Zijn Koninklijk priesterschap. Om dankbaar en in overgave aan Hem Zijn gaven te kunnen gebruiken willen we wat van die gaven toelichten.

Satan is de overste van deze wereld, en zijn juridische en wettelijke systemen heersen hier op aarde. De reden dat Satans systemen de overhand hebben in de volkeren is dat mensen aandringen op een poging om zichzelf te besturen volgens hun eigen wijsheid en begrip. Echter, mensen zijn niet JHWH, en de gedachten van de mens zijn niet de gedachten van JHWH, noch zijn hun wegen Zijn wegen.

Yeshayahu (Jesaja) 55:8-9
”Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.”

Mensen proberen overheidssystemen te stichten die henzelf gerieflijk zijn, zich niet realiserend dat JHWH een geheel andere vorm van overheid vraagt voor Zijn volk, gebaseerd op geheel andere principes. Zo JHWH wil, zullen we proberen om deze principes in deze studie uit te leggen.

Het lijkt misschien een beetje vreemd om te beginnen met het spreken over hoe wij mensen een rechtvaardige regering op aarde te vestigen om het “spreken in tongen” (en de relatie tussen de tongen en profeteren) uit te leggen, maar zoals we zullen zien, zijn de geestelijke gaven de sleutel tot oprichting van een rechtvaardige geestelijke overheid die de Eeuwige wil voor Zijn volk Israël en de gelovigen in Yeshua.

Zoals we zullen zien is de essentie van de profetie het horen van de stem van de Eeuwige (de Stille Zachte Stem), en vervolgens te communiceren wat men gehoord heeft door te spreken, zingen of schrijven, zodat anderen het kunnen begrijpen.

In tegenstelling hiertoe staat ‘spreken in een tong’: het horen van de stem van JHWH, maar om dan die woorden te spreken op een manier die niet meteen wordt begrepen. Dus, om met een echte tong te spreken, moet men altijd eerst de stem van JHWH horen, en dan proberen om te communiceren wat men heeft gehoord: en dit is een goede zaak, want zoals we zullen zien zijn tongen een gave van de Eeuwige die vaak een eerste stap is naar het profeteren.

Voordat we verder gaan, moeten we erop wijzen dat er twee verschillende types van profetie bestaan:

  1. Vooruit-vertellen (voorspelling), en
  2. Voort-vertellen (anders gezegd spreken volgens de Ruach haKodesh, maar zonder iets te voorspellen)

Vooruit-vertellen (voorspelling) is de aard van de profetie waaraan de meeste mensen denken. De “Zo spreekt de Eeuwige”-profetieën vallen over het algemeen in deze categorie. Een goed voorbeeld van vooruit-spreken (voorspelling) is te vinden in de 1 Koningen 17:13-16.

Melachim Aleph (1 Kon.) 17:13-16
 Maar Elia zei tegen haar: Wees niet bevreesd! Ga, doe overeenkomstig uw woord, maar maak er eerst voor mij een kleine koek van en breng die bij mij. Maak daarna voor u en voor uw zoon iets klaar. Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Het meel in de pot zal niet opraken en in de kruik zal het aan olie niet ontbreken tot op de dag dat de HEERE regen op de aardbodem geven zal. Zij ging en deed overeenkomstig het woord van Elia. Zo at zij, en hij, en haar gezin, vele dagen. Het meel in de pot raakte niet op en in de kruik ontbrak het niet aan olie, overeenkomstig het woord van de HEERE, dat Hij door de dienst van Elia gesproken had.

Eliyahu (Elia) luisterde naar de stem van JHWH, en toen sprak hij uit wat hij gehoord had dat de Eeuwige tegen hem gezegd had. Door zo te handelen vooruit-vertelde (voorspelde) hij dat de meelbak van de weduwe nooit leeg zou raken en dat ook haar kruikje olie niet leeg zou raken.

Bovendien, hoewel de Apostel Shaul nooit gezegd heeft “Zo spreekt de Eeuwige”, voorspelde ook hij soms wat er zou gebeuren in de toekomst. Een goed voorbeeld hiervan is te vinden in 2 Thessalonicenzen 2:7-8.

2 Tess. 2:7-8 “Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst”.

 

In tegenstelling daartoe staat het tweede type van profetie; het voort-vertellen. Het is nauw verwant aan voor-vertellen, behalve dat er geen voorspelling bij betrokken is. In voort-vertellen luistert men om te horen wat de Eeuwige zegt, en vervolgens communiceert men wat men heeft gehoord (meestal door te spreken, zingen of schrijven). Dit is ook onderdeel van de definitie van profetie.

OT:5012 naba’ (נבא); a primitive root; to prophesy, i.e. speak (or sing) by inspiration (in prediction or simple discourse):

Terwijl het voorspellen (prediction) van de toekomst glamoureus en spectaculair is, moeten we niet uit het oog verliezen dat wanneer men de Ruach haKodesh hoort, en dan spreekt (of schrijft, of zingt) volgens wat men heeft gehoord, men profeteert. Dat komt omdat de essentie van profetie het horen van de stem van de Eeuwige is, en om dan verstaanbaar te communiceren wat men heeft gehoord (of door te spreken, te schrijven of zingen).

Yeshua vertelt ons dat Jesaja een goed werk deed bij het horen van de stem van JHWH, en vervolgens te rapporteren wat hij had gehoord. Echter, terwijl Jesaja werd gebruikt om veel voorspellende profetie uit te spreken, is hij er niet aan gewend geraakt om iets te voorspellen zoals uit deze specifieke passage blijkt:

Mattai (Mattheus) 15:7-9
7 “Huichelaars! Terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, toen hij zei: “Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan; maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die geboden van mensen zijn. (bv, de Talmoed)”

De reden dat Jesaja “goed” profeteerde is dat hij ‘gebroken’ was, en mentaal nog steeds in de binnenkant. Verbroken en mentaal nog steeds stil was hij in staat om te horen wat de Eeuwige tegen hem zei, zonder dat zijn eigen gedachten in de weg stonden. Vervolgens, mentaal nog steeds stil zijnde, herhaalde hij (of misschien, interpreteerde hij) wat de Eeuwige hem gezegd had.

In het Hebreeuws betekend het woord נבא ‘opborrelen’ zoals water dat uit een bron opkomt, of ‘uitspruiten’ zoals een scheut aan een boom voortkomt. De toespeling die bedoeld wordt is die op het voortbrengen van goede en belangrijke dingen van de Ruach haKodesh.

Wanneer men profeteert, hoort men de dingen die van de Eeuwige komen, en dan spreekt men vervolgens die dingen duidelijk verstaanbaar en vrij uit. Echter, wanneer die woorden niet vrij zijn dan spreekt men door “belachelijke lippen”, en vaak in een onduidelijke taal, en het resultaat is dat men “in een tong spreekt”.

Isaiah (Jesaja) 28:11-12 “Ja, met belachelijke klanken en in een andere taal zal Hij tot dit volk spreken, tegen wie Hij zei: Dit is de rust, geef de vermoeide rust, en dit is de verademing-maar zij wilden niet luisteren.

Zoals we zullen zien, is het veel beter om te profeteren dan in een tong te spreken, want terwijl profetie kan worden begrepen, kunnen tongen niet meteen begrepen worden (tenzij men de gave van interpretatie heeft, of tenzij er een tolk aanwezig is). En toch is het een zeer goede zaak om te spreken in een tong, niet alleen omdat het een bewijs is dat men Zijn stem hoort, maar ook omdat het een stap kan zijn in de richting van het leren hoe men moet te profeteren.

Maar als het ‘spreken in tongen’ kan leiden tot profeteren (of daarvoor bedoeld is), wat heeft de Schrift ons dan hierover te vertellen?

De Briet Chadasjah (tweede Testament of vernieuwde testament) spreekt vijf keer van ‘tongen’.

In chronologische volgorde zijn deze referenties:

1               Markus 16:17
2               Hand. 2:1-13
3               Hand 10:44-48
4               Hand 19:5-7
5               1 Kor. 12-14

Er is echter een probleem, namelijk dat de eerste verwijzing (Markus 16:17) in tegenspraak is met de laatste (Corinthiërs 12 – 14). Dat is een inderdaad een probleem omdat Johannes 10:35 zegt dat de Schrift niet gebroken kan worden, dat wil zeggen niet met elkaar in tegenspraak kunnen zijn.

Yochanan (Joh.) 10:35
Als de wet hén goden noemde tot wie het woord van God kwam, en aangezien de Schrift niet gebroken kan worden,”

Als de Schrift niet gebroken kan worden, dan is het ook onmogelijk dat de Schrift zichzelf tegenspreekt, want als twee passages van de Schrift elkaar tegenspreken, dan moet logisch gesproken, een van hen worden doorbroken als de andere moet worden vervuld. (Per definitie, als twee passages van de Schrift met elkaar in tegenspraak zijn, en een van hen waar is, dan moet de ander vals zijn.)

Het is geen kleinigheid om te suggereren dat een bepaalde passage van de Schrift onwettig is, en dat het nodig zou zijn deze uit de Canon te verwijderd. Dit soort analyse moet zeer zorgvuldig worden behandeld. Echter, op hetzelfde moment, als er passages zouden zijn in de Schrift die er echt niet horen te zijn, dan moeten we er meer over weten, zodat we geen valse aanbidding op basis van valse leerstellingen beoefenen. En wat ook kan is dat het om een ‘schijnbare’ tegenspraak gaat die na zorgvuldige analyse wegvalt.

Volgens Metzger’s textual commentary on the Renewed Covenant, ontbreekt de eerste verwijzing in het Tweede Testament over het spreken in tongen (Marcus 16:9-20) in de oudst bekende manuscripten, waaronder de twee oudste bekende Griekse manuscripten, de Oud-Latijnse Codex en de Sinaï Syrische (Aramees), die ongeveer honderd Armeense manuscripten omvat, en ook van de twee oudste gregoriaanse handschriften (circa CE 897 en 913). Verder, zowel Origenes en Clemens van Alexandrië vertellen ons dat het boek van Markus eindigde met vers 16:08 (Metzger). Afgezien daarvan getuigen de kerkvaders Jerome en Eusebius dat de verzen 9-20 afwezig zijn in bijna alle aan hen bekende Griekse manuscripten. Dan kunnen we er ook rekening mee houden dat Markus 16:17 in tegenspraak kan zijn met de laatste referentie (1 Corinthiërs 12-14).

Als in alle van de oudst bekende manuscripten Markus 16 eindigen met vers 8, dan moet alles na Markus 16:08 een latere toevoeging aan de tekst zijn. Dit zou betekenen dat Markus 16:17 oorspronkelijk niet was opgenomen in het boek Markus (maar dat het later werd toegevoegd). Dit zou betekenen dat we deze tekst niet moeten gebruiken als basis voor enige vorm van doctrine. Zonder overigens daarmee verder af te doen aan de waarde van dit woord.

Wat voor soort doctrine? Als we zorgvuldig lezen, kunnen we zien dat de tekst van Markus 16:17 suggereert dat iedereen die Yeshua volgt moet spreken in “nieuwe tongen”. Dat wil zeggen dat als iemand niet spreekt in “nieuwe tongen”, die persoon Yeshua niet volgt (en dus niet voor eeuwig gered is). Dit kan los staan van uitleggende teksten over tongen in andere verzen.

Marqaus (Markus) 16:15-18 “En Hij zei tegen hen: Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen. Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. (17) En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.”

De specifieke tekst van Markus 16:17 maakt het spreken in tongen en het hanteren slangen tot ‘lakmoesproeven’ van iemands heil, en er zijn een aantal denominaties binnen het christendom die deze dingen als zodanig behandelen. Sommige van deze denominaties staan er zelfs om bekend dat ze giftige slangen bijeen brengen in hun apart gezette plaatsen en hun leden ermee laten omgaan onder het spreken in tongen, om hun geloof te bewijzen. Maar is dat echt de wil van Elohim voor ons?

Er zijn een aantal problemen met Markus 16:17, maar datgene dat wat ons betreft het meest belangrijk is, is datgene dat in strijd is met 1 Kor. 12:8-11, waar ons vertelt wordt dat niet alle gelovigen in tongen zullen spreken, maar dat dezelfde Geest verschillende gaven zal gebruiken bij ieder van ons afzonderlijk.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 12:8-11
Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, {allerlei talen-Letterlijk: soorten van talen; zie ook verzen 28 en 30. } en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil”.

Zestien verzen later verteld 1 Kor. 12:27-30 ons nagenoeg hetzelfde.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 12:27-30
Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers?”

Als de Geest verschillende gaven bij ieder van ons gebruikt, hoe kan het dan een vereiste zijn voor allen om in tongen te spreken? En, als we proberen om in tongen te spreken wanneer het eigenlijk niet de bedoeling is van de Ruach haKodesh om die bij ons te gebruiken, zijn we dan niet bezig een poging om gaven te oefenen die de Eeuwige niet echt voor ons bedoeld heeft?

En wat is het anders dan valse aanbidding als we proberen een geschenk dat de Eeuwige niet daadwerkelijk voor ons bedoeld heeft te beoefenen? En als we ons richten op iets dat niet voor ons bedoeld is lopen we dan niet het risico het doel (of de taak of plaats) dat de Eeuwige voor ons heeft mis te lopen?

Aanvoelende dat er iets mis is met dit soort ‘verplichte tongen sessies,’ hebben vele gelovigen een achterdocht ontwikkeld voor het spreken in tongen in het algemeen. Dit is erg jammer, omdat legitieme tongen een legitiem geschenk zijn, een gave van de Eeuwige zelf, en ze hun waarde verborgen hebben voor ons als een stap in ons herstel.

Laten we eens kijken naar de andere verwijzingen naar het spreken in tongen in de Briet Chadasjah om te begrijpen wat de legitieme gave van het spreken in tongen echt is, en kijken of we nuttige patronen kunnen herkennen.

Vele gelovigen zijn wel goed bekend met het wonder van het spreken in tongen uit Handelingen hoofdstuk twee.

Ma’asim (Hand.) 2:1-13
 En toen de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken? En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van Mesopotamië, Judea, Cappadocië, Pontus en Asia, Frygië, Pamfylië, Egypte, en de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt, alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en raakten in verlegenheid, en de één zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen? Anderen zeiden spottend: Zij zijn vol zoete wijn”.

Handelingen hoofdstuk twee was de allereerste keer dat de Ruach haKodesh massaal werd uitgestort, en er zijn een aantal belangrijke dingen op te merken over deze belangrijke gebeurtenis. In Handelingen Twee:

  1. Een verdeelde tong (als van vuur) verscheen op wonderbaarlijke wijze op ieder van de hoofden van de sprekers;
  2. De leerlingen begonnen in een andere taal dan hun moedertaal Hebreeuws en / of Aramees te spreken;
  3. De buitenlandse pelgrims die voor het feest gekomen waren kregen de gave van vertolking van tongen op massale schaal, zodat elk hen kon horen en begrijpen in de ‘tong’, dat wil zeggen dat in zijn eigen moedertaal gesproken werd.
  4. JHWH gaf ook het wonder van interpretatie op massale schaal..

Tongen en interpretatie (uitlegging) worden ook vermeld op andere plaatsen, maar de vlammen van het vuur verschijnen nergens anders, en de gave van vertolking van tongen werd nooit nog weer eens gegeven op massale schaal. Waarom? Omdat het beter is te profeteren dan in een tong te spreken, maar waarom spraken deze veteranen in het geloof (dat wil zeggen, de discipelen) alleen maar in tongen in plaats van te profeteren?

De reden dat deze veteranen in tongen spraken in Handelingen hoofdstuk twee was dat het de eerste keer was dat de Ruach haKodesh massaal werd uitgestort. Zoals we zullen zien kan het eerste natuurlijke resultaat wanneer men wordt vervuld met de Ruach haKodesh het spreken in tongen zijn. Profetie is ook een natuurlijk gevolg van het vervuld zijn met Zijn Ruach haKodesh; maar er is een veel diepere relationele verbinding nodig om te profeteren dan om in een tong te spreken, en niet alle gelovigen hebben deze diepe relationele verbinding meteen wanneer ze voor het eerst Zijn Ruach haKodesh ontvangen.

Omdat de veteranen gelovigen waren en alleen spraken in tongen (in plaats van te profeteren), gaf de Eeuwige de pelgrims massaal de gave van vertolking van tongen, zodat ze het goede nieuws elk in hun eigen taal konden verstaan en horen (en dus, geloven).

De eerstvolgende keer werd de gave van tongen gegeven aan Cornelius (en die met hem waren) in Handelingen hoofdstuk Tien. (Cornelius was eigenlijk de eerste van de Efraïmieten om terug te keren naar het volk Israël.)

Ma’asim (Hand.) 10:44-48
 “Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden. En de gelovigen die van de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus waren meegekomen, waren buiten zichzelf dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God grootmaken. Toen antwoordde Petrus: Kan iemand soms het water weren, zodat deze mensen, die evenals wij de Heilige Geest ontvangen hebben, niet gedoopt zouden worden? En hij beval dat zij gedoopt zouden worden in de Naam van de Heere. Toen vroegen zij hem enkele dagen bij hen te blijven”.

In Handelingen hoofdstuk twee (boven), spraken de veteranen gelovigen in tongen toen ze werden vervuld met de Ruach haKodesh. Echter, in Handelingen 10, waren het de nieuwe gelovigen die in tongen spraken. Aangezien deze nieuwe gelovigen niet profeteren, en omdat er geen tolk aanwezig was, werd er geen stichtelijke boodschap bij gebracht. Echter, het feit dat de nieuwe gelovigen in tongen spraken diende als een teken dat ze net waren gered (wat ook de gelovige Farizeeën verbaasde, vers 45)

Maar waarom zou het dienen als een teken dat iemand net is gered, dat ze in een vreemde taal moeten spreken? Zoals we zullen zien in het volgende gedeelte, is het omdat het spreken in tongen een indicatie kan zijn dat men de stem van de Ruach haKodesh kan horen, en probeert te spreken naar de stem van de Ruach haKodesh. Dit is een zeer positieve stap, omdat de eerste stap naar profeteren het horen van de stem van de Eeuwige is, om vervolgens te proberen te spreken op basis van wat men hoort.

In Handelingen 19, legde de Apostel Shaul de handen op aan hen die net nieuw waren gered. Echter, dit keer spraken zij die pas gered werden niet alleen in tongen, maar (in ieder geval een aantal van hen) profeteerden zij ook.

Ma’asim (Hand.) 19:5-7
 en nadat zij dat gehoord hadden, werden zij gedoopt in de Naam van de Heere Jezus. En nadat Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken in vreemde talen en profeteerden. En het waren bij elkaar ongeveer twaalf mannen”.

Dan verteld de apostel Shaul ons in 1 Kor. 12-14 drie hoofdstukken lang over de gaven van de Ruach haKodesh. Omdat de Schrift geen ruimte verspilt (en omdat mensen gewend zijn te schrijven met omhalingen), moeten we ons realiseren dat alles wat Shaul uiteen zet gedurende drie hele hoofdstukken zeer belangrijk moet zijn.

Shaul begint met ons te vertellen dat hij niet wil dat we onwetend te zijn van de geestelijke gaven:

Qorintim Aleph (1 Kor.) 12:1
Wat nu de geestelijke gaven betreft, broeders, wil ik niet dat u onwetend bent.”

Shaul vertelt ons dan duidelijk dat niet iedereen dezelfde geestelijke gaven krijgt, maar dat er verscheidenheid van geestelijke gaven is, ook al is het dezelfde Ruach haKodesh die al deze uiteenlopende gaven geeft. Met andere woorden we ontvangen de Ruach haKodesh in Zijn geheel met alle gaven en talenten, alleen worden bij iedereen slechts specifieke gaven openbaar.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 12:4 “Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest.”

Zoals we eerder al vermeldden en uitlegden is een van de redenen dat Markus 16:17 niet kan worden gebruikt om te leiden tot doctrine is dat Shaul zijn geschriften dit hier tegenspreken. Markus 16:17 vereist dat iedereen die wordt gered in tongen spreekt als een verplicht teken van hun gered zijn. Dit is in tegenspraak met vers 4, dat ons vertelt dat de Ruach haKodesh ieder van ons verschillende gaven geeft (ook al is het dezelfde Geest die werkt in en door ons allen).

Qorintim Aleph (1 Kor.) 12:8-11 “Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, {allerlei talen-Letterlijk: soorten van talen; zie ook verzen 28 en 30. } en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil”.

Hoewel sommige mensen zullen spreken in tongen wanneer ze voor het eerst gered zijn (en soms zelfs daarna), schrijft Shaul hier heel duidelijk, en is hij hier heel stellig in, dat we niet allemaal dezelfde geestelijke gaven zullen krijgen om te gebruiken. We zijn allemaal hoe dan ook leden van Zijn Lichaam, zelfs als we niet in tongen spreken.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 12:27-30 “Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers?”

Het antwoord op de vele vragen van Shaul in de verzen 29 en 30 is: “Nee”. Niet iedereen is een apostel. Niet iedereen is een profeet. Niet iedereen is een leraar. Niet iedereen doet wonderen. Niet iedereen heeft de gave van genezingen. Niet iedereen krijgt de gave van tongen, en niet iedereen krijgt de gave van interpretatie. Bij sommige mensen worden deze gaven gebruikt, maar bij anderen niet. Geen van deze groepen is superieur aan alle of enige andere.

Dan, alsof hij iets cryptisch zegt, vertelt Shaul ons dat we ernstig moeten streven naar de beste gaven. Hiermee vertelt hij ons dat sommige van de gaven beter (of meer wenselijk) zijn dan anderen.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 12:31 “Streef dus naar de beste genadegaven. En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft”.

 

Vervolgens, in 1 Kor. 13 vertelt Shaul ons dat de liefde de grootste is van alle geestelijke gaven. Omdat Elohim liefde is! (1 Johannes 4:8, 16). Shaul vertelt ons in wezen dat zonder liefde, geen van de andere geestelijke gaven ook maar iets te betekenen hebben, helemaal niets.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 13:1 “Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden”.

Shaul vertelt ons dan dat de liefde superieur is aan de profetie, de tongen, en aan alle andere geestelijke gaven. Dit is zeer belangrijk om te beseffen, want zonder liefde, heeft niets wat we doen een blijvende waarde.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 13:8 “De liefde vergaat nooit. Wat dan profetieën betreft, zij zullen tenietgedaan worden, wat talen betreft, zij zullen ophouden, wat kennis betreft, zij zal tenietgedaan worden”.

Sommigen denken dat deze passage betekent dat we nadat we beginnen lief te hebben, we zullen ophouden in tongen te spreken (en ook niet meer profeteren). Dit kan echter niet de bedoeling zijn van Shaul, omdat de apostelen allen lief(de) hadden, en toch spraken ze ook in tongen en profeteerden ze.

Vervolgens vertelt Shaul ons in hoofdstuk 14 dat in aanvulling op de liefde we de rest van de geestelijke gaven moeten blijven nastreven. Echter de geestelijke gave waarna we het meeste moeten streven (naast liefde) is de gave van profetie. Dit omdat, er niemand wordt gesticht als we in een onverstaanbare taal (tenzij iemand interpreteert) spreken, terwijl, als we profeteren anderen kunnen worden opgebouwd. Maar let op wat we eerder geconstateerd hebben. Als we gaven nastreven moeten we er wel voor zorgen dat we die gaven nastreven die de Eeuwige voor ons bedoeld heeft.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:1-5
 Jaag de liefde na en streef naar de geestelijke gaven, en vooral daarnaar dat u mag profeteren. Wie namelijk in een andere taal spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand begrijpt het, maar in zijn geest spreekt hij geheimenissen. Wie echter profeteert, spreekt tot mensen woorden van opbouw en vermaning en troost. Wie in een andere taal spreekt, bouwt zichzelf op, maar wie profeteert, bouwt de gemeente op. En ik zou wel willen dat u allen in andere talen spreekt, maar vooral dat u profeteert. Immers, wie profeteert, is meer dan wie in andere talen spreekt, tenzij hij het uitlegt, opdat de gemeente erdoor opgebouwd wordt”.

Wanneer men in een tong spreekt, wordt men persoonlijk gesticht door wat men hoort in de Geest. Echter, een profeet hoort hetzelfde als iemand die in een tong spreekt, maar hij is in staat om het te verwoorden (en zet het in menselijke taal om) zodat anderen ook opgebouwd kunnen worden.

Tongen staan in verhouding tot profeteren als het babygebrabbel staat tot de volwassen spraak. Hoewel het goed is dat een baby probeert te praten, moet echter als de baby uiteindelijk uitgroeit tot een ontwikkelde, volledig functionerende volwassene, ook zijn spraak rijpen en groeien tot volwassenheid (verstaanbaarheid). Op dezelfde manier, moet hij die in een tong spreekt werken aan zijn vermogen om het verwoorden te ontwikkelen van wat hij hoort van de Ruach haKodesh, hij moet bidden dat hij het kan uitleggen, (1 Kor 14:13) zodat hij in staat is om te spreken in menselijke spraak, en dus te profiteren en anderen te stichten in de samenkomst.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:6-9
 En nu, broeders, als ik naar u toe zou komen en in andere talen zou spreken, wat voor voordeel zou ik u brengen, als ik ook niet tot u zou spreken óf door openbaring, óf door kennis, óf door profetie, óf door onderricht? Dat geldt ook de levenloze dingen die geluid geven, of het nu een fluit is of een citer, als zij zich niet onderscheiden in hun klanken, hoe zal men weten wat op de fluit of op de citer gespeeld wordt? Want ook als de bazuin een onherkenbaar geluid geeft, wie zal zich gereedmaken voor de strijd? Zo is het ook als u door de taal geen goed verstaanbaar woord voortbrengt. Hoe zal dan begrepen worden wat er gezegd wordt? U bent dan namelijk als iemand die maar wat in de lucht spreekt”.

Als we de stem van de Eeuwige horen door Zijn Ruach haKodesh kunnen we anderen opbouwen door te spreken op basis van openbaring, kennis, profetie en/of onderwijs. Echter om iemand anders door een van deze gaven te stichten en op te bouwen moet onze spraak voor anderen vooral eerst duidelijk en verstaanbaar zijn.

Aangezien het hele punt van het spreken in de samenkomst der gemeente ertoe dient de gemeenschap te stichten, moeten we, tenzij onze toespraak de gemeenschap zal stichten, gewoon stil blijven. Dit is ook de reden waarom iemand die in tongen spreekt stil moet zijn, tenzij er een tolk aanwezig is: als zijn hoorbare tong niet iemand anders sticht is het geen goed woord.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:10-14
 “Er zijn, al naar het voorvalt, zoveel soorten geluiden in de wereld, en niet één daarvan is zonder eigen klank. Als ik dan de betekenis {betekenis-Letterlijk: kracht. } van het geluid niet ken, zal ik voor hem die spreekt een buitenlander zijn en zal hij die spreekt voor mij een buitenlander zijn. Zo ook u, als u naar geestelijke gaven streeft, {naar geestelijke gaven streeft-Letterlijk: ijverend bent naar geestelijke gaven. } zoek er dan naar om overvloedig te zijn in gaven tot opbouw van de gemeente. Daarom, laat hij die in een andere taal spreekt, bidden dat hij het mag uitleggen. Want als ik in een andere taal bid, bidt mijn geest, maar mijn verstand blijft zonder vrucht”.

In vers 13 vertelt Shaul ons dat, hij die in een tong spreekt ook moeten bidden dat hij die kan uitleggen, zodat zijn woorden of toespraak kunnen worden begrepen.

Met andere woorden, hij die in een tong spreekt moet bidden dat hij in staat zal zijn om te profeteren voor de vergadering, zodat zijn toespraak ook anderen (en niet alleen zichzelf) kan stichten.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:15-17 “Hoe is het dan? Ik zal met mijn geest bidden, maar ik zal ook met mijn verstand bidden. Ik zal met mijn geest lofzingen, maar ik zal ook met mijn verstand lofzingen. Want anders, als u dankzegt met uw geest, hoe zal hij die de plaats inneemt van de niet-ingewijde, amen zeggen op uw dankzegging, wanneer hij niet weet wat u zegt? Immers, u dankt wel op een mooie manier, maar de ander wordt niet opgebouwd”.

Diegenen die in tongen spreken moeten verder ontwikkelen richting profeteren. Ze moeten gebroken blijven, en hun eigen gedachten opzij zetten, om zo de Stille Zachte Stem duidelijker te kunnen horen en dus te spreken naar waarheid.

Shaul vertelt ons dat hij God dankte voor de mogelijkheid om in tongen te spreken, en toch zei hij liever vijf woorden van profetie te spreken (die kunnen worden begrepen) dan tienduizend woorden in een tong.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:18-19 “Ik dank mijn God dat ik in meer andere talen spreek dan u allen. In de gemeente echter wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, om ook anderen te onderwijzen, dan tienduizend woorden in een andere taal”.

Alleen door te spreken met inzicht kan het Lichaam van Yeshua worden gesticht. Niettemin vertelt Shaul ons dat het goed is voor degenen die in tongen spreken om erin te spreken, want ze dienen als een teken voor niet-gelovigen dat de spreker wedergeboren is. Maar nog steeds geldt dat vertolking een voorwaarde is.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:20-25
 Broeders, word geen kinderen in uw denken, maar wees kinderlijk in de slechtheid, en word in uw denken volwassen. In de wet staat geschreven: Door mensen die een andere taal spreken, en door andere lippen zal Ik spreken tot dit volk, en ook dan zullen zij niet naar Mij luisteren, zegt de Heere. Zo zijn de andere talen dus tot een teken, niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen, en zo is de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen die geloven. Als nu de hele gemeente samen zou komen, en allen spraken in andere talen, en er kwamen niet-ingewijden of ongelovigen binnen, zouden zij dan niet zeggen dat u buiten zinnen bent? Maar als allen zouden profeteren, en er kwam een ongelovige of niet-ingewijde binnen, dan zou die door allen overtuigd en door allen beoordeeld worden. En zo worden de verborgen dingen van zijn hart openbaar, en zo zal hij zich met het gezicht ter aarde werpen en God aanbidden, en verkondigen dat God werkelijk in uw midden is”.

De tekst hier is lastig en we moeten moeite doen om die te begrijpen. Shaul vertelt ons dat profeteren is bedoeld voor degenen die geloven, terwijl de tongen (met vertolking) zijn bedoeld als een teken voor hen die (nog) niet geloven. Echter, Shaul kan niet bedoelen dat tongen nooit worden gebruikt om diegenen die geloven te tonen dat iemand net is gered, want het is duidelijk dat het daartoe werd gebruikt in Handelingen 10, waar ons wordt verteld dat degenen die net werden gered in tongen spraken. Maar die tongen waren wel te verstaan voor de toehoorders.

Ma’asim (Hand.) 10:44-48
 Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden. En de gelovigen die van de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus waren meegekomen, waren buiten zichzelf dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God grootmaken. Toen antwoordde Petrus: Kan iemand soms het water weren, zodat deze mensen, die evenals wij de Heilige Geest ontvangen hebben, niet gedoopt zouden worden? En hij beval dat zij gedoopt zouden worden in de Naam van de Heere. Toen vroegen zij hem enkele dagen bij hen te blijven”.

Wat Shaul bedoelt is dat het goed is voor een gelovige om in het openbaar in tongen te spreken, want het is zelfs voor niet-gelovigen moeilijk om het feit te negeren dat men kan spreken in een vreemde taal. Wanneer een niet-gelovige een gelovige hoort spreken in tongen, kan het hem tot een getuigenis zijn dat er iets van de Eeuwige plaatsvindt.

Maar Shaul vertelt ons ook dat het niet goed is dat de gehele gemeente allemaal in tongen moet spreken als een ongelovige in de samenkomst komt, omdat de ongelovige dan waarschijnlijk zou zeggen dat al die mensen niet normaal waren.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:23-25 “Als nu de hele gemeente samen zou komen, en allen spraken in andere talen, en er kwamen niet-ingewijden of ongelovigen binnen, zouden zij dan niet zeggen dat u buiten zinnen bent? Maar als allen zouden profeteren, en er kwam een ongelovige of niet-ingewijde binnen, dan zou die door allen overtuigd en door allen beoordeeld worden. En zo worden de verborgen dingen van zijn hart openbaar, en zo zal hij zich met het gezicht ter aarde werpen en God aanbidden, en verkondigen dat God werkelijk in uw midden is”.

Terwijl vooruit-spreken (voorspelling) zelfs voor de gelovigen soms moeilijk te begrijpen is, kunnen zelfs niet-gelovigen vooruit-vertellen wel begrijpen, als degene die de dingen van de Ruach haKodesh doet dit begrijpelijk doet. Als de profeet woorden van openbaring gebruikt, dan kunnen de geheimen van het hart van de niet-gelovige worden onthuld, en de ongelovige kan geraakt worden in zijn hart, en vervolgens neerknielen en de Eeuwige aanbidden.

Toch is profeteren superieur aan tongentaal, zelfs in het openbaar. Als de niet-gelovige kan worden geraakt in zijn hart als een profeet de dingen van de Ruach haKodesh voortbrengt naar hem in een samenkomst, dan kan dezelfde niet-gelovige ook in zijn hart worden geraakt in een publieke setting.

Herinner u en besef dat een tong in verhouding staat tot de profetie als het babygebrabbel tot de volwassen spraak. Zo kunnen we ook een aantal interessante analogieën naar de menselijke familie maken.

In menselijke families verwachten ouders niet dat hun baby alles in een keer spreekt in perfecte volwassen taal. Ze zijn al blij als hun kind ook maar enig geluid maakt, zelfs als het gewoon klinkt als babygebrabbel. Echter, als het kind ouder wordt, verwachten de ouders dat de spraak van hun kind groeit en volwassen wordt, net zoals verwacht moet worden van iemand die in tongen spreekt dat hij uiteindelijk moet spreken om te profeteren. En wanneer er gasten komen in het huis, kunnen de ouders begrijpen wat hun kind zegt, maar de gasten niet, tenzij de ouders het voor hen interpreteren (vertalen).

Sommige christelijke denominaties blijven hun huis maar aanmoedigen met tongen te blijven spreken, als een feestviering dat hun baby’s praten met hun gebrabbel. En toch, hoe zou het zijn als de hele gemeente op handen en voeten zou gaan zitten en beginnen rond kruipen op de grond, als viering van het feit dat hun baby’s kruipen? Of wat zou er gebeuren als iedereen zou gaan waggelen? Zouden dan hun gasten zich niet erg ongemakkelijk gaan voelen?

Net zo; wij zijn de kinderen van onze Vader de Eeuwige, en terwijl Hij blij was toen we voor het eerst gingen spreken in tongen om te leren net zo te spreken als Zijn stem, zou hij dan blij zijn als we blijven brabbelen als kinderen? Of zal hij niet veel gelukkiger zijn als we ons verder blijven ontwikkelen naar volwassen spraak (d.w.z., profetie)? En is dit niet ook de betekenis van de uiteenzetting van Shaul in 1 Kor. 13?

Qorintim Aleph (1 Kor.) 13:11
 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, overlegde ik als een kind, maar nu ik een man geworden ben, heb ik het kinderlijke tenietgedaan.

Hoewel we altijd blij moeten zijn als iemand voor het eerst in tongen spreekt, moeten we hem/haar ook aanmoedigen om met geestelijke vooruitgang bezig te blijven, zodat hij/zij zal leren om te profeteren (om zo anderen te stichten). Maar Shaul vertelt ons ook dat we nooit iemand mogen verbieden te spreken in een tong als hij het vertaald of als er een tolk aanwezig is (want dat zou het equivalent zijn van het verbieden van profeteren). Maar wanneer mensen in tongen spreken moeten ze dat op een ordelijke manier doen nadat ze zeker weten dat er uitleg of vertaling volgt:

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:26-28
 Hoe is het dan, broeders? Telkens wanneer u samenkomt, heeft iedereen wel een psalm, of hij heeft een onderwijzing, of hij heeft een andere taal, of hij heeft een openbaring, of hij heeft een uitleg. Laat alles gebeuren tot opbouw. En als iemand in een andere taal spreekt, laat het dan door twee of hoogstens drie mensen gedaan worden, ieder op zijn beurt, en laat één het uitleggen. Maar als er geen uitlegger is, laat hij dan in de gemeente zwijgen, maar laat hij tot zichzelf spreken en tot God.

Laten we echter niet vergeten dat niet iedereen in staat is om tongen te interpreteren, en Shaul vertelt ons dat als er niemand aanwezig is die kan interpreteren, het beter is voor de gemeenschap als hij die met een tong spreekt in stilte bidt.

Maar zelfs wanneer er een tolk aanwezig is moeten alle dingen nog worden gedaan op een ordelijke manier. Israël en de gelovigen zijn het leger van de Levende God, en in een leger moet alles altijd netjes en in orde gedaan worden.

Sprekend tot allen vertelt Shaul ons dat zij, die woorden van de Eeuwige met elkaar willen delen tot opbouw van allen, dat netjes en ordelijk moeten doen, en moeten spreken op een manier zoals het allen betaamt. Degenen die spreken moeten om de beurt spreken, een voor een.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:29-31
 En laten twee of drie profeten spreken, en laten de anderen het beoordelen. En als aan een ander die daar zit, iets geopenbaard wordt, laat dan de eerste zwijgen. Want u kunt allen, de één na de ander, profeteren, opdat allen leren en allen bemoedigd {bemoedigd-Of: vermaand. } worden”.

Aangezien ordelijkheid belangrijk is is het goed dat zelfs mensen die profeteren ook hun beurten afwachten. Verder, als iemand profeteert en een ander krijgt tussendoor plots een woord van openbaring, dan moeten alle aanwezigen de beweging van de Ruach haKodesh eren door stil te zijn, zodat degene die de openbaring is gegeven genoeg tijd krijgt om te spreken wat de Ruach haKodesh hem net onthuld heeft.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:32 En de geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen.

De geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen, wat betekent dat de profeten zichzelf moeten beheersen. Ze hoeven er niet iets “uit te flappen”, of op enige andere wijze wanordelijk zijn, maar ze moeten leren om hun geest te beheersen.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:33 “Want God is geen God van wanorde, maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen”.

Tot slot vertelt Shaul ons over vrouwen die profeteren in de samenkomsten. Sommigen hebben ten onrechte geconcludeerd dat, alleen maar omdat het vrouwen niet toegestaan is om te onderwijzen in de gemeenschap (of om een samenkomst te leiden), dat het hen ook niet is toegestaan om te spreken in een samenkomst, of om te profeteren (of in tongen te spreken). Dit komt over het algemeen voort uit een misverstand (verkeerd begrijpen) van 1 Timotheüs 2:12-15.

TimaTheus Aleph (1 Tim.) 2:12-15
 Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen. Maar zij zal in de weg van het baren van kinderen zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en heiliging, gepaard met bezonnenheid”.

Shaul wil ons niet vertellen dat het vrouwen helemaal niet zou zijn toegestaan in de samenkomsten te spreken, want als we even verder lezen in 1 Corinthiërs 14, zien we Shaul wijzen op de onjuiste conclusies van een onbekende Korinthische briefschrijver, die beweert dat vrouwen niet horen te spreken in de samenkomsten. Wat we zien is dat Shaul het oneens is met deze auteur.

Ons eraan herinnerend dat er geen aanhalingstekens in de oude Hebreeuwse (of in het Grieks) taal staan, dan kunnen we zien dat Shaul de beweringen van deze onbekende Korinthische briefschrijver, die schreef dat het vrouwen niet is toegestaan in de samenkomsten te spreken, afkeurde.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:34-35 (citaat) “Laten uw vrouwen in de gemeenten zwijgen. Het is hun immers niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderdanig te zijn, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen leren, laten zij dat dan thuis aan hun eigen man vragen. Het is immers schandelijk voor vrouwen om in de gemeente te spreken”.
(Einde citaat.)

Shaul citeerd hier de onbekende Korinthische briefschrijver en berispt hem door hem wat vragen te stellen.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:36
36 “Wat?! (Oy!) Of is het Woord van God van ú uitgegaan? Of heeft het alleen ú bereikt?”

Veel mensen hebben in het verleden de verzen 34 en 35 als een ‘tweede getuige’ genomen dat het vrouwen niet is toegestaan in de samenkomsten te spreken (samen met 1 Timotheüs 2:12-15). Maar dit werkt niet echt, want als we er niet van uit gaan dat Shaul iemand anders citeert in de verzen 34 en 35, dan lijkt vers 36 uit het niets te komen en nergens op te baseren, want het is dan volkomen onlogisch tegenover deze eerdere twee verzen. De enige manier om vers 36 enige zin te geven is als we begrijpen dat de verzen 34 en 35 een citaat zijn van een onbekende briefschrijver.

We kunnen dit controleren als we terug gaan naar de brontaal. De Griekse Textus Receptus, vers 36 begint met het Griekse voorzetsel woord “ay” (Strong’s Greek NT # 2228).

NT:2228 e (ay!); a primary particle of distinction between two connected terms: disjunctive, or; comparative, than: (een primaire deeltje van onderscheid tussen twee met elkaar verbonden begrippen: disjunctief, of; vergelijkend, dan:)

Dit deeltje geeft een onderscheiding (of een contrast) tussen de dingen die het samenbindt. Met andere woorden, het vertelt ons dat er een contrast is tussen de verzen 34-35, en vers 36. Bij gebruik aan het begin van een zin kan dit deeltje betekenen “Wat?” of “Wat een onzin!” Dit deeltje e (ay!) klinkt als de Hebreeuwse uitdrukking “Oy!” En het heeft ongeveer dezelfde betekenis.

In de Peshitta Aramaic, staat dit woord als או (Oy). J. Payne Smith’s Compendious Syriac Dictionary (beknopt Syrisch woordenboek) vertelt ons dat het Aramese woord או een uitdrukking is van gelijktijdige verwondering, verdriet, én berisping, net als de Hebreeuwse uitdrukking “Oy!”

או: Interjection, expressing the vocative, wonder, grief, reproof; ~ O! Oh!

1 Kor. 14:36 “What? Did the Word of God come out from you? Or did it come unto you only?” (KJV) Of is het Woord van God van ú uitgegaan? Of heeft het alleen ú bereikt? (HSV)

Shaul kan hier dus alleen de schrijver berispen om zijn opmerkingen die hij in de verzen 34 en 35 citeert. Hij zegt: “Ik heb nog nooit van een dergelijke Tora gebod gehoord, dat ons vertelt dat de vrouwen stil moeten zijn in de samenkomsten. Zo dan, heb je dit gebod zelf geschreven? Of bent u de enige die het gehoord heeft?”

Sommige auteurs suggereren dat het ‘Tora gebod’ van de onbekende Korinthische briefschrijver eigenlijk een verwijzing is naar Genesis 3:16.

B’reisheet (Genesis) 3:16
16 “Tegen de vrouw zei Hij: Ik zal uw moeite in uw zwangerschap  zeer groot maken; met pijn zult u kinderen baren. Naar uw man zal uw begeerte uitgaan, maar hij zal over u heersen.”

Maar terwijl Genesis 3:16 het mannelijk leiderschap ondersteunt (zowel in het huishouden als in de samenkomsten), en hoewel het wel een ondersteunende rol aan de vrouwen geeft, vormt het niet een gebod voor vrouwen om te zwijgen. Daarom moeten we begrijpen dat wat Shaul echt zei in 1 Timotheüs 2:12-15 was:

TimaTheus Aleph (1 Tim.) 2:12-15
 Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen. Maar zij zal in de weg van het baren van kinderen zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en heiliging, gepaard met bezonnenheid”.

Er is geen voorkeursbehandeling voor iemand bij de Eeuwige Elohim. Hoewel het vrouwen niet is toegestaan om een gemeente te leiden, waarom zouden vrouwen derhalve als ze dezelfde gave van dezelfde Ruach haKodesh hebben gekregen als mannen niet mogen spreken naar de Ruach haKodesh (dat wil zeggen, om te spreken in tongen, of te profeteren)?

Als een vrouw profeteert volgens de Ruach haKodesh, en men houdt haar tegen te spreken, is men dan niet eigenlijk bezig de Ruach haKodesh af te weren?

Shaul bedoelt: “De Tora zegt niet dat vrouwen niet mogen spreken in de samenkomsten! Je verzint dingen!”

Dan gaat hij verder met te zeggen:

1 Kor. 14:37-38 “Als iemand denkt dat hij een profeet is of een geestelijk mens, laat hij dan erkennen dat wat ik u schrijf geboden van de Heere zijn. Maar als iemand onwetend wil zijn, laat hij onwetend zijn. Daarom, broeders, streef ernaar om te profeteren, en verhinder het spreken in andere talen niet”.

Shaul sluit vervolgens af met een conclusie door de Corinthiërs te vertellen dat terwijl de profetie inderdaad een veel betere geestelijke gave is dan tongen, men voorzichtig moet zijn de mensen die in tongen spreken te verbieden te spreken, omdat het hen kan helpen te leren om te profeteren.

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:39 “Daarom, broeders, streef ernaar om te profeteren, en verhinder het spreken in andere talen niet”.

MAAR:

Qorintim Aleph (1 Kor.) 14:40 Laat alle dingen op een gepaste wijze en in goede orde gebeuren.

 

Samenvattend houden we ons aan de richtlijnen van de schrift als volgt:

1               Spreken in tongen? Ja prima, mits volgens de Schrift en in goede orde volgens de Schrift.
2               Hardop spreken in tongen uitsluitend als de spreker zeker is dat er uitlegging plaatsvindt door hemzelf of een tolk.
3               Is er geen uitlegging of vertolker dan mag het spreken in tongen alleen in volledige stilte.
4               Komt iemand op enig moment tot geloof en begint op dat moment spontaan in tongen te spreken laat hem/haar begaan.
5               Spreek in tongen als het door de Ruach haKodesh gegeven is.