AlgemeenBeit Emoenah

Als we verzocht worden

Als er slechte dingen gebeuren, willen we weten waarom. Wie is er schuldig? Naar wie wijzen we met de vinger?

Yeshua HaMasjiach stelde de kwestie van de individuele verantwoordelijkheid aan de orde in een van Zijn opmerkingen over de instorting van een gebouw in de wijk Shiloach in Jeruzalem: ‘Denkt u dat deze Galileeërs grotere zondaars zijn geweest dan alle andere Galileeërs, omdat zij zulke dingen geleden hebben? Ik zeg u: Nee…’ (Lukas 13:1-5). Yeshua vertelt ons dat we niet snel moeten zijn bij het toeschrijven van specifieke schuld aan mensen die lijden aan tragedies. Het feit is dat we allemaal de heerlijkheid van HaShem missen. Niemand van ons is rechtvaardig (zie Psalm 14:1-3), en we hebben allemaal berouw nodig. De juiste reden voor tragedies en oordelen is misschien niet openbaar voor ons in het heetst van de strijd.

Gods tuchtwapens, die ons wakker schudden 

Hoewel veel gelovigen zich er niet van bewust zijn, neemt de Bijbel geen blad voor de mond als het gaat om het vermogen van HaShem om oordeel te brengen over een natie of zelfs een hele planeet (denk aan Noach). Jeremia, Ezechiël en de openbaring aan Johannes verwijzen naar vier wapens in de handen van Adonai – hongersnood, wilde beesten, het zwaard van de oorlog en plagen (Openbaringen 6:8) – die Hij heeft gebruikt in het verleden, die Hij nu gebruikt en die Hij zal gebruiken om te spreken tot een dove en opstandige wereld. Zie ook 2 Samuël 24:13; 2 Koningen 8:1; 2 Kronieken 20:9; Psalm 105:16; Jeremia 5:12; 14:12,15; 15:2; 21:7; 24:10; 27:8; 29:17-18; 34:17; 44:12-13; Ezechiël 5:12, 17.

Een pandemie raakt alle naties van deze wereld. Of het nu specifieke zonden zijn die het middelpunt vormen, of gewoon de algemene houding van de wereld die HaShem, Zijn waarden en richtlijnen negeert – misschien weten we dat op dit punt niet duidelijk. Maar er is geen twijfel over dat we, net zoals koning David in 2 Samuël 24, het moeten uitroepen tot HaShem, de God van Israël, en Hem moeten vragen Zijn hand terug te trekken, genadig te zijn en de plaag van mensen af te wenden (2 Samuël 24:21). De stem van koning David weerklinkt door de bladzijden van de geschiedenis heen naar ons toe en zou ook de onze moeten worden. Toen 70.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen omkwamen, riep hij uit tot יהוה en vroeg: ‘maar deze schapen, wat hebben zij gedaan?’ (2 Samuël 24:15-17).

Hoe moeten we reageren? 

De profeet Jesaja vertelt ons dat mensen op twee tegengestelde manieren reageren op oordelen van HaShem :
‘Want wanneer Uw oordelen over de aarde komen, leren de bewoners van de wereld wat gerechtigheid is. Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert niet wat gerechtigheid is’ (Jesaja 26:9-10).
De huidige pandemie zet ons ertoe aan om het aangezicht van HaShem te zoeken, om gerechtigheid te leren en om tot Hem te roepen om internationale genade.
Bid HaShem om barmhartigheid te hebben met uw volk en om de gebieden waarover berouw nodig is, te onthullen.
Bid HaShem voor de redding van vele levens en de genezing van velen die ziek zijn.
Bid HaShem dat de genezingsgaven op aarde toenemen door het bidden van gelovigen.